Naar inhoud

Praktisch

Archief

Werft 30
2440 Geel


tel. 014 56 66 90
archief@geel.be

Geschiedenis Geel - 01 Ontstaan en naam

Paalkuil gevonden bij de opgravingen. Overblijfsel van middeleeuwse boerderij. (foto Jos Cuyvers)

Vroegere archeologische vondsten uit het steen- en ijzertijdperk wezen op menselijke aanwezigheid op het grondgebied van de gemeente. Ook bij de in 2006 en 2011 uitgebreide opgravingen in de Sint-Dimpnawijk zijn sporen van bewoning tijdens het ijzertijdperk (ca. 750 tot 50 voor Christus) aan het licht gekomen. Relicten uit de Romeinse tijd en uit de vroege en volle middeleeuwen werden eveneens ontdekt. Al de blootgelegde overblijfselen zoals die van huizen (ijzertijd en Romeinse tijd), van grafheuvels (ijzertijd), van bootwoningen en van een waterput (middeleeuwen), geven ons de zekerheid van menselijke bewoning en bedrijvigheid in een ver verleden.

 

Vanaf ongeveer 57 voor Christus veroverden de Romeinen de streek, waar toen Keltische stammen leefden, maar de overwinnaars bleken er verder weinig aandacht aan te besteden. Concrete bronnen over Geel uit die tijd ontbreken, uitgezonderd de zeldzame archeologische vondsten.

Sint-Dimpna

Een vage schriftelijke verwijzing naar het bestaan van Geel in de volle middeleeuwen wordt aangebracht door de Vita Sanctae Dimpnae, de legende van de heilige Dimpna, de patrones van onze gemeente. De auteur, een kanunnik van Kamerijk, Petrus Cameracencis, schreef dat verhaal rond 1247. Tot dan, zo beweerde de kanunnik, was het alleen door mondelinge overlevering bekend. Volgens die legende zouden er in Geel een vijftiental woningen hebben gestaan toen Dimpna daar aankwam. De auteur geeft geen enkele precisie omtrent het tijdstip.

Het gaat hier natuurlijk maar over een legende en historisch gezien is ze helaas van weinig waarde. Maar het minste wat je kan zeggen, is dat omstreeks de tijd dat de Kamerijkse kanunnik de vita neerschreef, de toenemende verering van de heilige Dimpna een grote bijdrage had geleverd voor de groei en de ontwikkeling van Geel. De bedevaartplaats werd druk bezocht en verwierf een wijd en zijd verspreide reputatie.

De naam Geel zou van Germaanse oorsprong zijn, maar de betekenis ervan is niet eenvoudig te duiden. Volgens taaldeskundigen houdt de naam van onze stad alleszins verband met de kleur geel. Voor de enen is de etymologische betekenis ervan hogergelegen bosje op gelige zandgrond; anderen houden het bij poel (of ven) met gelige bodem.