Naar inhoud

Praktisch

Archief

Werft 30
2440 Geel


tel. 014 56 66 90
archief@geel.be

Geschiedenis Geel - 07 Politiek en democratie na 1830

Portret van Le Bon (collectie Gasthuismuseum)

Op 28 oktober 1830 verkozen de inwoners zelf hun gemeentebestuur. De kiezer moest een relatief hoog bedrag aan belastingen betalen om te mogen stemmen. Die zogenaamde cijnskiezers - alleen mannen hadden stemrecht – waren slechts 114 in getal. De partij van de revolutie, met apotheker C.T. Le Bon aan het hoofd, behaalde een eclatante overwinning bij de stembusgang; de ‘Hollandse’ bestuursploeg werd totaal van de kaart geveegd. Dat was het begin van een diepgewortelde vete die decennialang het Geelse politieke leven zou aantasten.


Dat de Geelse kiezers zelf rechtstreeks hun burgemeester aanduidden, is maar één keer gebeurd, namelijk in 1830. Volgens de gemeentewet van 1836 benoemde de koning de burgemeester en de schepenen. Die laatsten werden genomen uit leden van de door de cijnskiezers verkozen gemeenteraad. In latere tijden paste de wetgever nog enkele keren de regels aan. De representatieve democratie ontwikkelde zich steeds verder. De kiescijns werd eerst verminderd en later afgeschaft. In 1921 deed het algemeen enkelvoudig stemrecht zijn intrede. Ook de vrouwen mochten vanaf dan hun stem uitbrengen, tenminste toch voor de samenstelling van de gemeenteraad. 

Campagneposter van Leurs in 1906.

Ook het partijenlandschap in de gemeente ontwikkelde zich gaandeweg. De katholieken, oorspronkelijk ook conservatieven genoemd, bleven vanaf 1830 tot in 1872 aan de macht. In 1842 was er nochtans iets bijzonders gebeurd met de verkiezingen. J.F. De Billemont, opposant van de zetelende katholieke burgemeester C.T. Le Bon, versloeg die laatste in de stembusgang. Le Bon was zelfs niet herkozen als raadslid. Toch benoemde de koning hem opnieuw tot burgemeester. Er kwamen straatrellen van, maar die werden manu militari, in de letterlijke betekenis, onderdrukt. In 1872 won de liberale voorman E. Verbruggen de verkiezingen en kon hij een totaal nieuw gemeentebestuur vormen. De hegemonie van de liberalen duurde echter niet lang. Al in 1875 – de gemeenteraadsverkiezingen hadden toen om de drie jaar plaats – moesten ze de macht weer aan de katholieken overlaten.

 

De schoolstrijd, begonnen in 1879, woedde ook in Geel in alle hevigheid en stelde liberalen en katholieken opnieuw lijnrecht tegenover elkaar. Door de niet in de hand gehouden passies wederzijds was het niet alleen maar een politieke confrontatie. Het uur van de waarheid brak aan met de gemeenteraadsverkiezingen van 25 oktober 1881. Voor de liberalen liep de stemming slecht af. Ze konden geen enkele van hun kandidaten in de raad binnenloodsen. Tegen de verkiezingen van 1895 kwam er een nieuwe poging. Een notoir liberaal, A. Leurs, zette de gemeente in rep en roer met een spraakmakend programma en een fantastische verkiezingscampagne. Maar, om het met een spreuk van Brueghel te zeggen, het bleef bij ‘veel geblaat en weinig wol’. Leurs en zijn partij geraakten niet aan een zitje in de gemeenteraad. Hoewel, bij de eerste verkiezing was dat toch gelukt, maar spijtig genoeg voor Leurs en zijn aanhang werd die stembeurt nietig verklaard. Bij de tweede stembusgang bleek het katholieke bastion onaantastbaar.


In 1921 verschenen de socialisten voor de eerste keer in de gemeenteraad. Ze posteerden er meteen twee afgevaardigden. Hun aantal zou nog toenemen. Een op zijn minst eigenaardig te noemen toestand deed zich in het Geelse politieke leven voor van 1933 tot 1936. De Vlaams-nationalisten hadden een meerderheidscoalitie gevormd met de socialisten, maar toch benoemde de koning het boegbeeld van de katholieken, J. Verachtert, tot burgemeester. Deze keer was er weliswaar ook hevige verontwaardiging bij de overwinnaars, maar straatrellen zoals in 1842 bleven uit. Al in 1936 bliezen de nationalisten de coalitie op. Daarna sloten ze een bestuursakkoord af met de katholieken. Na de verkiezingen van 1938 vormden dan weer katholieken en socialisten een bestuursmeerderheid. Dat bleef zo totdat de bezetter in 1941 een oorlogsburgemeester aanstelde. Die was gevonden in de Vlaams-nationalistische rangen.


Na de Tweede Wereldoorlog bleven de katholieken – zo worden ze in de volksmond ook vandaag nog vaak genoemd, hoewel de correcte naam tegenwoordig CD&V luidt – als gebeiteld het bestuur verzekeren. En met de handen vrij, want coalities hoefden ze niet meer te smeden. Dat veranderde  met de verkiezingen van oktober 2012. De N-VA, een Vlaams-nationalistische partij, boekte een enorm succes in heel Vlaanderen. Ook in Geel werden de machtsverhoudingen drastisch gewijzigd. Er ontstond een door de N-VA geleide coalitie met CD&V.