Naar inhoud

Praktisch

Archief

Werft 30
2440 Geel


tel. 014 56 66 90
archief@geel.be

Geschiedenis Geel - 08 Schapenteelt en textielindustrie

21e-eeuwse schapen

De Geelse economie is vanaf het ontstaan van de gemeente, en eeuwen lang, in grote mate bepaald door de landbouw en de veeteelt. Voor zover het kan worden nagegaan, was de schapenteelt oorspronkelijk de bijzonderste bron van inkomsten voor de Gelenaars. Dat is te verklaren door de hier aanwezige zandachtige gronden die slechts in zeer beperkte mate geschikt waren gemaakt voor de landbouw. De vage gronden, vooral heide, die een groot deel van de Geelse bodem bestreken, waren zeer aangewezen voor de schapenteelt. Rond 1575 telde men hier nog 221 schapenkudden. Die brachten ‘het principaalste profijt binnen in de Vrijheid’, zoals het geschreven staat in een document van die tijd. Daarmee was vooral de wol bedoeld. Dat vertaalde zich in een lakenindustrie en lakenhandel die in de vijftiende eeuw rijkelijk floreerden in onze gemeente, maar enkele eeuwen later toch ten gronde gingen. In 1731, bijvoorbeeld, graasden er nog slechts 513 schapen op het uitgestrekte Geelse grondgebied, twintig jaar daarna was het aantal gedaald tot 393. In die aantallen, die uit de belastingsrollen zijn gehaald, zijn de ‘zwarte schapen’ uiteraard niet meegeteld. Ook vlas werd hier verbouwd. Die vlasteelt deed in de veertiende-vijftiende eeuw een intensieve linnenproductie en linnenhandel ontstaan.


De halle op de markt, die op het einde van de veertiende eeuw of in het begin van de vijftiende werd gebouwd om er de geproduceerde stoffen te verhandelen, getuigt van het succes van de Geelse linnen- en lakenindustrie in die vervlogen tijden. Die halle onderging in de loop van haar bestaan verscheidene transformaties en restauraties. Vanaf de bouw was een gedeelte van het pand voorbehouden aan het gemeentebestuur. Later was het helemaal als gemeentehuis of als stadhuis in gebruik. In 2006 kwam er een einde aan een allesomvattende meerjarige restauratie van dit historische pand. Het doet nu dienst als tentoonstellingsruimte.


Helaas richtte de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) grote ravages aan in de hele Geelse economie. Hij wordt als de grote schuldige bestempeld voor de neergang van de hogervermelde eens zo bloeiende bedrijvigheden. In 1755 was nog slechts een goede zeven procent van de Geelse beroepsbevolking in de textielindustrie werkzaam en het ging altijd maar verder bergaf. Tijdens het Franse tijdperk startte Gelenaar P.J. Biddeloo toch nog een lakenfabriek op. Tientallen arbeiders vonden er een broodwinning. Helaas, bij gebrek aan afzetmogelijkheden, moesten de getouwen na enkele jaren worden stilgelegd.